De Samenkomst Boodschapsgemeente


Mabel Branham

Geboren: 26 juli 1921
Woonplaats: Jeffersonville, Indiana
Aan de voet van Spring Street in Jeffersonville, getuigen zij en haar beste vriendin Meda van een fenomenale gebeurtenis in 1933.

Wanneer we opgroeiden waren Meda en ik steeds goede vrienden. We verschilden twee jaar in leeftijd, en we waren beiden arm opgebracht, zeer arm. Hoewel Meda’s familie nogal wat verhuisde, van huis tot huis, het bleef steeds binnen een half dozijn blokken van mijn huis in de Fulton Street, net tegenover het pad achteraan waar we nu wonen. We waren nauw verbonden, hoewel we verschillend opgroeiden. Mijn familie geloofde niet in het naar de kerk gaan, maar als een klein meisje, pas 12 jaar oud, was ik getuige toen de Vuurkolom verscheen tijdens de doop, in 1933. Ik kan me van die tijd weinig details herinneren, daar ik nog jong was, maar ik geloof dat ik de enige overlevende ben die dat wonderbare ding zag gebeuren. Toen ik 16 jaar was, doopte Broeder Bill me op diezelfde plaats.

Ik denk dat ik begon naar de Tabernakel te gaan omdat Meda daar ging. De dingen waren toen anders. In die dagen, had de gemeente een aarden vloer, en een dikbuikige kachel op de zijkant. Er kwamen misschien geregeld 50 mensen. Ma Broy, Meda’s moeder, was de portier, en twee van haar broers, Arnold en Rudy, speelden in het orkest, gitaar en basviool, denk ik. We hadden elk jaar een kerstspel en een kerstboom, en Broeder Bill deelde snoep en sinaasappelen uit aan al de kinderen onder een bepaalde leeftijd. Dat waren de mooiste tijden.

Ik herinner me Hope, wanneer zij en Broeder Bill trouwden. Zij was groot, een nogal ernstige persoon, zeer stil. Eigenlijk waren zij en Meda in veel zaken gelijkaardig. Meda zorgde veel voor de kinderen, en het was echt moeilijk om te begrijpen toen Hope en Sharon Rose naar de Heer gingen.

Ik was eigenlijk niet verrast toen Broeder Bill en Meda verliefd werden. Dat was zo ongeveer dezelfde periode dat ik met Doc, Broeder Bill’s broer, begon te gaan. Meda en ik hielpen bij elkanders huwelijk. We moesten beiden een kleed lenen voor die gebeurtenis, en geen van ons had geld voor foto’s, bloemen, recepties, of dergelijke dingen. Ook anderen die we kenden hadden het niet!

Zij en Broeder Bill trouwden in het huis van Broeder Carpenter. Het was in oktober 1941, in New Albany. Doc en ik trouwden in januari 1942. Broeder Bill trouwde ons in de voorkamer van het huis waar zij woonden. Het was rechtover de Tabernakel, in de 922 Eight Street. Er waren maar twee kamers, een slaapkamer en een keuken, en we werden getrouwd in de slaapkamer. Kleine Billy Paul was daar, en hij was de enige naast Broeder Bill, Meda, Doc en ik.Wanneer we getrouwd waren verhuisden Doc en ik naar dit huis hier, tegenover de Tabernakel in de Penn Street. Meda en ik bleven al die jaren goede vrienden, en we waren veel samen. Broeder Bill hoorde ons graag zingen, en wij zongen: “Het zand is gewassen in de voetsporen” en Doc zou zingen: “De levensboot” Ik kan naar die liederen niet meer luisteren omdat ze me teveel tranen bezorgen.

Doc hielp ook in de Tabernakel. Hij was vele jaren zangleider, tot hij ziek werd en verzorging nodig had. Hij ging heen in mei 1975. In die tijd, denk ik niet dat veel mensen wisten dat Broeder Bill een profeet was. We wisten alleen dat hij iemand was die heel, heel speciaal was. Toen hij naar verschillende samenkomsten begon te reizen, vooral naar de samenkomsten in Ohio en er rond, toen gingen Doc en ik er ook heen. We zagen zoveel mensen genezen worden, en zoveel wonderbaarlijke dingen gebeuren. Van al zijn broers, waren Howard, Donny en Doc de enigen die met hem in de samenkomsten waren. Ik denk dat Broeder Bill helemaal anders was dan zijn broers. Hij was niet afstandelijk t.o.v. hen, maar hij had een speciale roeping in zijn leven. Een prediker zijnde zette hij zich apart. Maar als er iemand in de familie was die hem nodig had, stond hij altijd voor ons klaar.

Ik zal nooit vergeten toen mijn Donna huwde. Ze was het enige meisje dat ik had, en ik was verscheurd. Broeder Bill kwam naar ons huis en ik zat in het portaal. Hij zette zich neer en begon met mij te spreken. Hij zei: “ Mabel, weet je, ze worden ons gewoon voor een tijdje uitgeleend.” Hierna, begon het beter te worden. Dat is waar, ze zijn ons een tijdje uitgeleend.

Ik was zeker bevoorrecht in mijn leven om de dingen te hebben gezien die ik gezien heb en al die wonderbaarlijke dingen te weten die God ons geopenbaard heeft door Broeder Bill. Ik wou hier niet meer blijven toen Doc heengegaan was, maar Hij weet waarvoor Hij me gebruiken kan. Ik dank de Heer dat Hij zo goed voor me is geweest.