De Samenkomst Boodschapsgemeente


Jim Ed Daulton

Geboren: 7 oktober 1938
Woonplaats: Flagstaff, Arizona
De oudste zoon van een vader, die het verlangen van zijn hart gegeven werd.
Voorganger van de ‘Flagstaff Tabernakel’.

In 1960 ging vader door de gebedsrij en Broeder Branham vroeg hem wat hij nodig had, hij zei hem: “De redding van mijn familie.” Broeder Branham zei: “Geloof je dit Broeder Daulton?” Vader antwoordde: “Zeker doe ik dat.” Broeder Branham keek met die doordringende ogen mijn vader aan (ik geloof dat wie dan ook naar de ogen van de profeet keek, kon weten dat hij een man van God was) en hij zei: “Ik geef ze u in de Naam van onze Here Jezus Christus.” Enkele dagen later, als vader Broeder Branham ontmoette, zei hij hem: “Toen je voor me kwam en voor je familie vroeg, hoorde ik een Stem die zei: “Geef hem wat hij vraagt.” Voor een man met een familie van 10 kinderen (en nog twee te komen), was dat een werkelijke belofte. Vandaag zagen we die belofte vervuld, en alle kinderen zijn gered en dienen de Heer.

In 1961, zei vader ons dat Broeder Branham naar Somerset, Kentucky zou komen, om te gaan vissen. We waren overtuigd dat hij naar mijn vaders huis zou komen. Zo gingen we het huis schoonmaken, we schilderden het, en enkele dagen later kwam hij en ging met vader vissen. Mary en ik waren ons huis aan het verbouwen en het was een puinhoop, behangpapier en van alles. Die bepaalde dag, wilde ik niet naar huis komen om te dineren, maar mijn vrouw smeekte mij en ik ging. Toen ik daar aankwam stond Broeder Branham in de voortuin met een touw met vis eraan. Hij wou iemand om die vis voor hem klaar te maken. We lieten Broeder Branham binnenkomen en begonnen ons te excuseren voor onze puinhoop. Met een grijns zei hij ons dat het zo zal zijn als de Heer komt als we Hem het minst verwachten! Grootmoeder Baker, Mary’s moeder, die weduwe was, woonde in die tijd bij ons. Broeder Branham zei haar dat hij schoffelkoeken, gebakken vis, en ijsthee wou!

Ik heb me lange tijd afgevraagd waarom hij bij ons thuis kwam, maar later hoorde ik Broeder Branham op een band zeggen dat God zijn profeet altijd zendt naar het huis van de weduwe. Het was waarschijnlijk omwille van grootmoeder Hattie Baker, dat hij die dag bij ons kwam. Wij waren zo zeker dat hij naar vaders huis zou gaan.

Broeder Branham gedroeg zich onder ons gewoon als ‘een van de jongens.’ We gingen eens jagen in Colorado, drie voet sneeuw (ongeveer 1 meter) viel in het kamp en sneeuwde ons in. Broeder Branham was daar met de rest van ons, sneeuw scheppend en helpend om een uitweg te maken. Het was werkelijk een ervaring. Voor zover ik weet was dit ook de enige jacht van Broeder Branham waar ook zusters bij waren! We namen onze vrouwen mee om voor ons te koken. We hadden een tent voor hen en een tent voor de mannen.

We zaten dus vast voor drie dagen, maar dat kon ons niet schelen. Voor ons, was die sneeuw van de Heer, omdat we al die tijd daar waren. Broeder Branham zat daar en leerde ons het Woord. Daar heeft hij ons uitgelegd hoe je elke dag de Heilige Geest kunt ontvangen en toch verloren gaan. Hij tekende ons hoe je een plaats in je hart hebt voor dat kleine serpent natuur, en hoe de Heilige Geest binnenkomt en dat doodt. Dat was voor hij naar Prescott kwam. In 1962 verhuisden we naar Prescott. Er waren een 20-tal families die samen leefden in een groot woonwagenpark, en hoewel de dingen vredevol leken, onder het oppervlak waren ze niet altijd zo. In 1964 kwam Broeder Branham naar het woonwagenpark en hij predikte een boodschap die nu ‘De Zonderling’  genoemd wordt (voor ons noemde hij het moer en bout ). Dus, nadat Broeder Branham vertrokken was, kochten we kettingen, we namen moeren en bouten en maakten halskettingen voor de mannen, omdat hij ons iets daarover gezegd had. Hij kwam ons opnieuw bezoeken in 1965. Hij kwam in elk van onze huizen. We hoorden later dat hij, als hij toen naar het park kwam, discuteerde met Leo Mercier en Gene Goad. Hij probeerde dingen te corrigeren. Hij was zo zachtmoedig en vriendelijk. Hij zei Leo: “Petrus probeerde het (gemeenschapsleven), en het werkte niet.” Broeder Leo zei: “Broeder Branham, het werkt.” Broeder Branham zei gewoon heel zachtjes: “Leo, het zal niet werken.” Daar wisten we in die tijd niets over, en het duurde 10 jaar voor we hoorden wat hij gezegd had. Maar hij had gelijk. Het werkte niet.

Door mijn omgang met Broeder Branham, leerde ik een ding, hoe een militant van het Woord van God te zijn, zonder te vechten. Toen Broeder Branham voor me bad als jonge man, vroeg hij de Heer om me te maken als Irenaeus. Hij bad dat Hij me een vredestichter wou maken. Ik kon het nooit aan elkaar lijmen. Irenaeus was een militant voor het Woord van God. Maar hoe kon je een vredestichter zijn en tezelfdertijd een militant?

Nadat ik voorganger geworden was hier in de Flagstaff Tabernakel, vertelde ik het op een dag aan de samenkomst. Ik begreep niet wat Broeder Branham over me bad, om een vredestichter en tevens een militant te zijn als Irenaeus. Een kleine zuster in de gemeente zei: “Broeder Jim, wees gewoon een vredevolle militant.” Na al die jaren had ik mijn antwoord. Wees een vredevolle militant voor het Woord van God. Je moet niet kwaad zijn. Ik zag hoe Broeder Branham het deed met Broeder Leo en Broeder Gene, maar ik kon het niet aan elkaar lijmen, tenzij jaren later. Broeder Branham was een zeer vredige persoon, en toch was hij een militant voor het Woord van God, en hij had een heel speciale manier om het te doen.

In die tijd gebeurden er vele dingen, waarvan we dachten dat het gewoon toeval was. Er was een plaats waar we graag gingen jagen, ze heette ‘Spider Ranch.’ Op die plaats gingen we gedurende verschillende jaren jagen. We konden ons daar werkelijk vrij bewegen. Op bepaalde tijden van het jaar kenden we zelfs de stand van de sterren. Eens waren we daar op jacht met Broeder Branham, we bemerkten een zeer schitterend licht in de lucht. We wisten dat het geen ster was, maar we wisten eigenlijk niet wat het kon zijn. Pa vroeg aan Broeder Branham: “Wat is dat licht over het kamp?” Broeder Branham zei: “Broeder Ed, ik kan het niet met zekerheid zeggen, maar ik wil dat je weet dat Hij nooit ver is van waar ik ben.”

Broeder Branham had echt een gevoel voor humor en hij hield ervan om moppen te vertellen. Ik herinner me een dag toen we op jacht waren. We reden in onze oude vrachtwagen, ongeveer twee mijl op de ruwste weg die je ooit kon berijden. Die hele tijd vertelde hij ons moppen zodat wij dubbel rolden van het lachen. Later zei hij: “Weet je, God houdt van humor, maar Hij haat vieze praat.”

Toen we een andere keer daar buiten waren, was een van onze trucks oververhit. We trokken het jachtkamp in om water te vinden. Broeder Branham stapte uit met de rest van ons, en de man die ons kwam vragen wat we nodig hadden, vloekte als een blauwe bliksem. De verschrikkelijkste woorden die ik ooit in mijn leven hoorde. Hij was niet kwaad op ons, maar het was gewoon zijn wijze van praten. We wisten niet wat te zeggen. Broeder Branham stond daar en keek gewoon rond. Dan zei hij: “Jongen, de Here God heeft hier in Arizona zeker een hele hoop rotsen neergegooid, is het niet?” En nadat hij des Heren Naam vernoemde, sprak die man geen enkele vloek meer uit de hele tijd dat wij daar waren. Ik leerde een grote les die dag, hoe je beleefd kon blijven, en toch de tegenwoordigheid van God kon brengen. Of hoe je iemand met slechts enkele gewone woorden bewust kon maken van Zijn Tegenwoordigheid. Hij maakte die man bewust van God, en hij stopte met vloeken.

Ik kende Broeder Branham gedurende zes jaar, en dat was een van de grootste ervaringen in mijn leven. Ik zag hem onder inspiratie, mijn dromen werden door hem uitgelegd. Ik ging met hem jagen als een alledaags mens. Elke keer, nadat ik bij hem was, voelde ik dat ik het onder gelijk welke omstandigheden kon halen.

Bij Broeder Branham te zijn, liet me telkens voelen dat ik meer verliefd werd op Jezus Christus, meer dan ooit tevoren.