De Samenkomst Boodschapsgemeente


Helen Borders Mullen

Geboren: 5 mei 1933
Woonplaats: Lanesville, Indiana
Haar man, Roy Borders, was gedurende vele jaren William Branhams campagneleider.
Hij ging heen 18 juli 1982.

Ook al hoorde ik van hem sinds 1954, toen hij samenkomsten had in Santa Cruz, Californië (er zijn geen banden van deze samenkomsten), toch kon ik Broeder Branham niet persoonlijk horen spreken tot hij in 1957 naar Oakland kwam. Ik was aangesloten bij een groep die behoorde tot de ‘Late Regen beweging’ maar in die periode van mijn leven was ik geestelijk aan het dwalen.

De Oakland campagne werd gehouden in het Stedelijk Auditorium, en ze was gesponsord door twee vrienden, Roy Borders en Stanley Johnson. Met de winsten van hun bouwfirma, hadden ze een VZW opgericht (vereniging zonder winstgevend doel) en ze gebruikten deze fondsen om Broeder Branham naar Oakland te brengen voor vijf samenkomsten, van 22 tem. 26 maart.

De eerste dienst die moeder en ik bijwoonden was een zaterdagavonddienst. Toen het tijd was voor de gebedsrij, stond een vrouw voor Broeder Branham en hij zei haar naam en adres. Ik had nog nooit zoiets gezien. Iets binnenin, die kleine stem die niet in je oor spreekt maar in je hart, zei me: “Onthoudt dit, waar je ook heengaat, of wat er ook met je gebeuren mag. Die man heeft meer van God dan wie je ooit zult zien.” Na al die jaren geloof ik dit nog steeds.

We gingen de volgende dag terug voor een zondagnamiddag dienst. Ik wist nog steeds niets over Broeder Branhams leven tot iemand me, na die dienst, een kopie van ‘Een man van God gezonden’ leende. Ik las het, en terwijl ik aan het lezen was, heb ik de ganse tijd gehuild.

In december 1958, werd Lillian, de vrouw van Roy Borders gedood in een ongeval. Kort daarna, maakte Roy een trip naar Jeffersonville waar hij Broeder Branham ontmoette, die hem zei dat hij een campagne beheerder nodig had. Roy was bereid om te assisteren, en Broeder Branham vroeg hem te beginnen met de organisatie van samenkomsten in San Jose, Californië. Daarna, van 1960 tot 1965, organiseerde Roy de meeste van Broeder Branhams belangrijkste samenkomsten doorheen het land.

In november 1959, kwam Broeder Branham naar San Jose, waar mijn ouders en ik woonden. Die samenkomsten werden gehouden in de County Fairgrounds. Ik ging gewoonlijk naar een ‘Assemblies of God’ kerk in San Jose, die in die tijd niet meewerkte in de organisatie van de samenkomsten, hoewel andere Assemblies kerken het wel deden.

Die zondag na de dienst, gingen vele van mijn vrienden luisteren naar een zangkwartet in het Stadsauditorium en ze vroegen me of ik wou meegaan. Ik herinner me nog dat ik zei: “Nee, ik ga naar de samenkomst van Broeder Branham.”

Eén van hen zei: “Broeder Branham? Weet je niet dat de ‘Assemblies of God’ niet geloven in Broeder Branham?” Ik zei: “Ik geloofde in Broeder Branham voor ik in de ‘Assemblies van God’ geloofde.” Dat was zowat een keerpunt in mijn leven.

Roy en ik trouwden in juni 1960. Ik werkte als een echte secretaresse in die tijd, en al gauw begon ik te helpen in de zware lading van briefwisseling die gepaard ging met zijn taak als meetingbeheerder. Broeder Billy Paul en Broeder Leo Mercier (Broeder Branhams kantoor-beheerder tijdens die periode) zouden ons al de brieven, die ze ontvingen in verband met de uitnodigingen van de komende samenkomsten, doorsturen. Dat hield een brede waaier aan verzoeken in, van één enkele nacht in een kleine gemeente, tot het reizen doorheen de verschillende staten. Broeder Branham had een specifieke manier waarvan hij hield om elk verzoek te behandelen. Telkens als het mogelijk was, wou hij dat er voor de samenkomsten een samenwerking was, gesponsord door alle Volle evangelie- / Pinksterkerken in de streek. Van het moment dat er een zekere locatie op een lijst van ‘mogelijkheden’ stond, zou Roy voordat een meeting werkelijk geregeld werd, wat hij noemde een ‘testplanning’ doen. Hij zou alle ‘Vol evangelie predikers’ van de stad uitnodigen en ze op een diner ontmoeten, en in die meeting zou hij een vraag en antwoord sessie houden. Hij zou ook met hen spreken over hoe de campagnes worden opgezet. Normaal zouden er overal 10 tot 50 voorgangers of meer sponsoren of samenwerken in een meeting.

Ik herinner me een van de sessies in Yakima, Washington, een van de predikers zei aan Roy: “Vertel me een beetje over Broeder Branham. Heeft hij enige bijzonderheden?” Roy repliceerde: “Wel, laat eens zien. Toen hij geboren was, verscheen een Vuurkolom over het bed waar hij lag. De Here sprak tot hem uit een wervelwind toen hij nog maar een jongen was. De Vuurkolom kwam opnieuw neer tijdens een doopdienst in de rivier in 1933”… en zo ging hij verder. Dan zei hij: “Ik denk dat dit hem kwalificeert. Ja, hij is zeer bijzonder.” Het veranderde werkelijk de atmosfeer, en toen de samenkomsten in Yakima doorgingen, hadden ze de volle medewerking van de voorgangers.

In 1961, woonden Roy en ik in Jeffersonville toen hij een ernstige hartaanval kreeg. In die tijd, werkte ik in een wetfirma in Louisville en een namiddag kwam Zuster Connie, de vrouw van broeder Gene Goad, me ophalen aan mijn werk. Normaal zou Roy dit doen. Toen ik thuis kwam, stond er een dokter aan het bed van mijn echtgenoot en hij zei me dat Roy’s hart aan het bezwijken was. Ik vroeg: “Heeft iemand Broeder Branham gebeld?” Iemand had hem gebeld en hij zou onmiddellijk komen. Hij ging de kamer binnen, ging direct naar de plaats waar Roy lag en zei: “Satan, ik weiger dat je mijn broeder neemt.” Roy kon niet spreken, maar tranen vloeiden uit zijn ogen, die al weggerold waren in zijn hoofd. Aan de rest van ons zei Broeder Branham: “Laat ons nu allemaal neerknielen en bidden.” Toen Broeder Branham opstond na het gebed, draaide hij zich om te vertrekken en ik ging met hem naar de deur, schudde zijn hand en dankte hem om te komen. Toen ik terugkwam in de slaapkamer, zat Roy rechtop in bed. Hij zei: “Haal je me iets om te eten?” De volgende dag bracht hij me naar mijn werk. Je herinnert je dingen zoals dat.

We waren met Broeder Branham in Phoenix voor een samenkomst, en hij kwam naar onze motelkamer om met ons te praten. Roy vroeg hem of hij een operatie aan zijn hart zou nodig hebben of niet. Ik weet dat dit een zeer omstreden onderwerp is onder veel mensen die de leer van Broeder Branham volgen, maar ik zeg exact wat hij aan Roy zei.

Hij zei: “Broeder Roy, ik kan je niet zeggen wat je moet doen betreffende een hartoperatie, maar ik kan je dit zeggen: In het visioen dat ik had van de tent, ik ben het niet 100% zeker, maar voor zover ik het kan zien, geloof ik met mijn gehele hart dat de vriendelijk sprekende man die ik zag die zei: ‘Nu terwijl Broeder Branham aan het rusten is, zullen we de gebedsrij roepen’ ik geloof met mijn hele hart dat u het was.” Onmiddellijk voelde ik dat een dergelijke positie werkelijk met de persoonlijkheid van Roy samenging.

Dan zei Broeder Branham hem: “Als u dat was, dan is er absoluut niets dat dit kan verhinderen te gebeuren.” Ik heb dit aan niet meer dan een half dozijn mensen gezegd, maar hij zei het, en ik was daar, en ik hoorde het. In wil slechts getrouw zijn.

In februari 1966 begon Roy officieel met de ‘Gesproken Woord Publicaties.’ Hoe dan ook, in 1964 kreeg ik de opdracht van Broeder Branham om de ‘Zeven Zegels’  neer te schrijven. Hij zei dat het zijn bedoeling was een ander boek te maken op dezelfde wijze als Broeder Lee Vayle het deed met ‘Een uiteenzetting van de Zeven Gemeentetijdperken’.
In 1964, op de trip naar het zuiden door Texas, Louisiana, Mississippi, Alabama, en Florida, namen we een schrijfmachine mee zodat ik eraan kon werken terwijl we reisden.

Hij specificeerde niet wie het resterende werk aan het manuscript zou doen. Of het Roy zou zijn of niet, ik weet het niet, maar hij zei me het neer te schrijven.

De ‘Openbaring van de Zeven Zegels’  was niet het eerste wat gedrukt werd door Gesproken Woord Publicaties. Nadat Broeder Branham heengegaan was, werkten we een hele tijd aan het manuscript, en in plaats van dit uit te geven, besloten we te starten met ‘Avondmaal’  de laatste prediking die hij predikte. In die tijd, gaven we de boekjes uit, en dat deden we ongeveer zeven tot acht maanden. Dan voelde Roy een druk van de Heer om met alles te stoppen, behalve met het zo verbaal mogelijk uitgeven van de basistekst. Kort hierop, ontving hij een oproep van de beheerraad van de William Branham Evangelisatie Vereniging, zij wilden dat hij twee dingen deed. Ten eerste: stoppen met geld te vragen voor de boekjes (we vroegen 25 cent per kopie). Ten tweede: alle uitgaven te stoppen en elke prediking exact woord voor woord te drukken. We deden dat onmiddellijk.

Er waren tijden dat Broeder Branham in mijn leven keek en dingen zag, en me dingen zei die geen persoon op aarde, buiten ikzelf, wist. In 1962, tijdens de samenkomst in Grass Valley, Californië, als hij predikte: ‘We willen Jezus zien’  riep hij me uit het gehoor. Hij zei dat ik voor hem bleef verschijnen. Tenslotte richtte hij zich naar Roy en zei: “Er is niets verkeerd met je vrouw, is het niet?” Dan zei hij: “Oh, nu zie ik wat het is!” Hij ging verder met een vrouw die naast me zat, en zei wat er verkeerd met haar was.

Hij ontmoette me de volgende morgen en zei: “Helen, ik wil met je spreken over wat er gisteravond gebeurde. Je was niet aan het bidden voor die vrouw, en je weet dat ik wist dat je niet aan het bidden was voor die vrouw.” Hij vertelde me dat hij geprobeerd had over me heen te wippen, omdat hij er niet van hield iemand uit te roepen die hij kende. Hij zei: “Maar, ik moest je roepen, omdat ik niet om je heen kon, noch onder je of over je. Het hield me daar. Ik stopte juist daar, en je weet dat ik weet wat het is dat je wilt.” Ik zei: “Ja, mijnheer.” Hij zei: “Je wilt een baby.” Toen zei hij het hardste ding dat hij ooit tot me sprak. Hij keek me recht in het gezicht en zei: “Zuster Borders, ik zag geen baby voor jou.”

Ik zei hem: “Broeder Branham, dat is in orde. Ik zal hoe dan ook een baby hebben, omdat de laatste keer dat u me het avondmaal bediende in de tabernakel, ik het nam en zei: ‘Ik neem dit, opdat ik een kind mag krijgen.’ Hij zei me niets meer.

In 1965 bouwde Roy een kamer in Broeder Branham’s huis in Tucson. Op een dag zei hij hem: “Broeder Branham, Helen wenst een baby te adopteren.” Broeder Branham antwoordde: “Ik denk dat dit het antwoord zal zijn.” We brachten onze zoon, Stephen, thuis als hij vier dagen oud was. Twee maanden later, gingen we naar de laatste serie van samenkomsten die Broeder Branham hield, van Yuma, Arizona, tot Covina, Californië.

Op 8 december 1965, namen we een ontbijt met hem en hij zei me: “Ik wed dat je nu blij bent. En nu je er een geadopteerd hebt, zal je er vermoedelijk een krijgen.”
In de jaren die volgden, kreeg ik nog twee kinderen, Samuel en Hannah.

In 1981, vroeg Broeder Joseph Branham me om te werken in de nieuw opgerichte ‘Voice of God Recordings.’ Binnen het jaar werd ik weduwe, maar de Heer had voor mij een weg voorbereid, om mijn kinderen te kunnen grootbrengen.
Sindsdien bleef ik voor ‘Voice of God’ werken.

Iedereen kiest ervoor om zijn leven voor iets te geven.
Ik koos ervoor, het mijne te geven voor die Boodschap.