De Samenkomst Boodschapsgemeente


Evan Mosely

Geboren: 20 september 1933
Woonplaats: Litchfield Park, Arizona
William Branham vroeg een speciale gunst aan de drie Mosely broers.

Ik was 14 jaar oud, en ik ging met mijn familie naar de gemeente van Broeder Outlaw, toen Broeder Branham naar de streek van Phoenix kwam in 1947. Voor mij, had hij een zodanige imposante houding, en toen hij aan het gehoor vroeg om hun hoofden te buigen terwijl hij bad voor de mensen, geloof me, ik boog mijn hoofd. Hij predikte een soort evangelisatie dienst, genezing en redding, maar er was iets met hem waardoor je wist dat hij de grootste man Gods was waarmee je ooit in contact kon komen. Hij boezemde me ontzag in. Ik vind er geen andere woorden voor.

Na deze samenkomsten, hoorde ik meer dan tien jaar niets meer over Broeder Branham.

Tussen 1958 en 1959, kwam een man uit Ierland naar Broeder Outlaws kerk. Zijn naam was Gordon Magee. Hij dacht dat voor de eindtijd, de bediening van Elia de profeet zou terugkeren. Tillie, mijn vrouw, en ik begonnen te bidden. We wisten dat we in de eindtijd waren, dus waar was die profeet? En terwijl we ervoor baden, had een vriend gevraagd om een pak bandopnames van Broeder Branhams predikingen op te slaan in het huis van mijn broer Alan. Hij begon ernaar te luisteren, en dan gaf hij er enkele aan mij. Toen we er twee of drie van gehoord hadden, zeiden beiden Tillie en ik, dat dit het was wat we zochten en waarvoor we gebeden hadden. Zodoende kwamen we op de bestellijst, en we kregen geregeld de bandopnames toegestuurd. Dat was 1960.

De boodschap die Broeder Branham bracht, was gewoon revolutionair. Het was een oogopener. Toen die onderscheiding begon, kon niemand voor hem staan en hem misleiden. Ze konden hem niet beliegen, noch iets voor hem verbergen. Ik zag zijn positie in de Schrift, en het was zo formidabel. De openbaringen die Broeder Branham bracht in boodschappen als ‘De gezalfden van de eindtijd’, ‘Huwelijk en echtscheiding’  en zoverder, waren: ‘Zo Spreekt de Here’. Enkele waren enorme bommen voor ons.

Het veranderde gans ons denken en ons begrip. Het opende onze ogen voor de dingen die hier zouden gebeuren in de eindtijd, en voor de Opname. Mijn openbaring is dat Broeder Branham ons een Boodschap leerde, maar tenzij ik de Boodschap neem en de Heilige Geest binnenkomt en dat Woord voor mij zalft, dan is het gewoon een lering. De Heilige Geest bewaterde het en bracht de Boodschap in mij tot leven. Dat is het Teken voor mij.

Wij waren met vijf broers, maar enkel vier van ons: Jim, Alan, Robert en ikzelf, volgden de Boodschap. We hadden een bedrijf van gewassenbestuiving. De eerste keer dat we Broeder Branham persoonlijk ontmoetten was in 1962, en dat was toen we hem probeerden een vliegtuig van ons te geven. Hij wou het niet aannemen. Hij zei dat hij een belofte gedaan had dat hij nooit zou vliegen of iets te doen zou hebben met een vliegtuig, tenzij het Zo Spreekt de Here was. Ik haalde dat onderwerp nooit meer aan, tenzij hij het zelf aansneed.

Ik voelde me alsof ik een profeet gevraagd had een belofte te breken. Dat wilde ik niet doen. Maar later, als hij ons vroeg om een vliegtuig te nemen, dan kwam het via hem. Dan waren wij het niet die probeerden het te doen.

Van toen af aan, totdat Broeder Branham het toneel verliet, had ik het geluk om tijdens verschillende gebeurtenissen bij hem te zijn. Eens was het tijdens een jachttocht op het einde van 1964, een elandenjacht met Broeder Tony Stromei en Broeder Billy Paul, op het indianen reservaat San Carlos in Arizona. We hoorden dat hij daar was en we besloten hem op te zoeken, omdat we zo bezorgd waren om onze moeder. Zij was het die de brief schreef naar Broeder Carl Williams, om Broeder Branham te berispen. Hij sprak erover in de boodschap ‘En ze weten het niet.’  Als we die band hoorden, wisten we dat het onze moeder was, en we waren er ook zeer bezorgd over. Ze was oud-Pinksteren, en hun basisbegrip was dat spreken in tongen het bewijs van de Heilige Geest was. Ze geloofde in de waterdoop in de naam van de Here Jezus Christus (dat hadden ze juist), maar zij dacht dat Broeder Branham de pinksterleer in stukken scheurde. Ze schreef een brief naar Carl Williams, en hij toonde deze brief aan Broeder Branham. Alan, Robert en ik vonden hem op het reservaat, en we bleven enkele dagen bij hem. Broeder Branham was niet echt op jacht, omdat de Heer hem getoond had dat er daar geen enkele eland te bespeuren was. Als het koud werd, zouden ze daar normaal van het hoger gebied naar beneden komen, maar het was nog niet koud genoeg om hen naar beneden te krijgen, dus bleven we gewoon rond het kamp.

Nadat we met hem spraken over mijn moeder, zei hij: “Wees daar helemaal niet bezorgd over.” Hij vertelde ons hoe onze ouders gered waren op de Pinkstertak, en ze kunnen niet van die tak afkomen om naar de nieuwe tak te komen. Dat zou nieuwe wijn zijn in oude zakken. Ze leefden en ondergingen de verwijten van hun dag en ze kunnen er niet van afkomen om dit van vandaag te aanvaarden. Hij zei: “Op een dag zal ik bij jullie komen, ik zal haar geest vatten en alles zal in orde zijn.” Zo stelde hij onze harten gerust, en we maakten ons over haar geen zorgen meer. Gewoon met hem rond het kampvuur zitten. We waren zo onder de indruk van hem en hadden een zodanig respect voor hem, ik zou hem zelfs niet voor een vraag onderbreken. Hij had zoveel interessante verhalen te vertellen over wonderlijke genezingen, dat hij ons fascineerde. Hiernaar terugkijkend, denk ik dat hij hiermee zijn gedachten bezig hield, opdat de visioenen niet zouden komen. Hij ging daarheen, weet je, om te proberen te rusten van de visioenen en zo. Hij vertelde ons hoe Welch Evans, toen ze gingen vissen, gebeten werd van een slang en hoe de Heer Broeder Evans had genezen en ze moesten hem zelfs niet meer naar het ziekenhuis brengen. Dan trok hij zijn broekspijp op en zijn enkel was zwart en blauw. Hij had hem werkelijk verzwikt, daar in Kaibab. Hij was aan het strompelen. Hij zei: “Hier strompel ik nu al twee of drie weken rond met die enkel. De gave was voor de mensen, niet voor mezelf.”

We hoorden dat Broeder Branham met iemand sprak over het hebben van een zandduinbuggy. In het begin van 1965 kochten we hem een jeep. Alan, Robert en ikzelf vonden een kleine jeep. Het was er een die iemand helemaal ontmanteld had en volledig herbouwd. Hij had er een Chevy Corvette motor in geplaatst en een overdrive. Het was van het goede teveel. We hadden onze broer Jim verloren in een vliegtuigcrash in 1964, en zijn weduwe wou helpen met de aankoop van het voertuig, dus kochten we de jeep en brachten hem naar Broeder Branham. Eerst gingen we naar Broeder Billy Paul en zeiden dat het voor Broeder Branham was. Hij kroop in de jeep en we volgden hem naar Broeder Branhams huis. Toen Broeder Branham naar buiten kwam zei hij: “Neen, dit kan ik niet aannemen.” Wel, we zeiden hem dat we hem niet hier naartoe gebracht hadden om hem dan weer naar huis mee te nemen, en daarmee basta! Hij liep naar zijn break om zijn chequeboek te halen die op het dashboard lag en zei: “Laat me er u een cheque voor schrijven”. We zeiden hem dat we geen cheque zouden aannemen. Broeder Branham stond precies in de houding, werkelijk rechtop, en hij zei: “Goed, jullie deden dit voor mij, wat kan ik nu voor jullie doen?” Alan sprak en zei: “Wel, Broeder Branham, wanneer je ook je tent hebt, en je wilt met die tentbediening beginnen, dan willen we u graag daarbij helpen”. Broeder Branham pauzeerde een beetje, en zei: “Wat je ook doet, als die tent er komt, zal je er zijn.” Dat is wat hij zei.

Hij deed je altijd voelen alsof je de belangrijkste was, en dat hij bevoorrecht en geëerd was in je gezelschap te zijn. Hij had die bekwaamheid. Het was niet geveinsd, het was echt.

Hij had ook een formidabel gevoel voor humor. Enkele maanden nadat we hem de jeep gegeven hadden, sprak hij op de VEZL-Conferentie in de Ramada Inn te Phoenix. Ik ontmoette hem in de hall voor het ontbijt en hij zei me hoe hij van de jeep hield. Hij zei: “Ik reed hem tot 150km / u.” Je weet hoe hij altijd tegen Broeder Billy Paul tekeer ging in verband met snel rijden. Een poosje later waren we aan het eten, en Broeder Branham zat enkele stoelen verder aan de tafel. Ik leunde voorover en zei: “Hey, Broeder Branham, hoe snel zei je dat die jeep zou gaan?” Hij keek heel snel op om te zien of Broeder Billy Paul, die bij hem zat, mij gehoord had, en hij plaatste zijn vinger aan zijn lippen en zei: “Shhh.” hij wou niet dat Broeder Billy Paul wist dat hij hem tot 150 km/u had opgetrokken.

Broeder Branham verloor nooit zijn doel uit het oog, en hij was 100% toegewijd aan de Boodschap. Als hij het rustig nam, dan begon hij te gekscheren met zijn vrienden en zijn gezelschap, maar als het op het Woord aankwam, dan was er geen jota of compromis. Het woord compromis was niet in zijn natuur. Daar respecteerden we Broeder Branham voor.

Toen we eens met Broeder Branham op de Sunset berg gingen jagen, het was rond 10u30 ’s avonds, en hij hield het vuur aan. Hij had bakkebaarden van twee of drie dagen, roet op zijn handen, en een oude vilten hoed op zijn hoofd. Ik herinner met dat ik daar opzij stond, hem bekijkend, en in mijn hart zei ik een klein dankgebed voor die kleine nederige man die bezig was met het vuur, terwijl ik me bewust was van zijn enorme verantwoordelijkheid en bezorgdheid. Broeder Branham betaalde een geweldige prijs om ons die Boodschap te brengen. Hij deed dat zeker. Het kostte hem zijn hele leven.

In de lente van 1965, ging hij met Alan een ander broeder op leeuwenjacht in Utah. Tegen de tijd dat ze terugkwamen, hadden onze vrouwen in Alan’s huis een ‘wat de pot schaft diner’ klaargemaakt. Na het eten ging Broeder Branham naar de vrachtwagen, en hij vroeg ons om hem een vliegtuig te bezorgen.

Hij was zeer ernstig, en hij zei dat we wel zouden weten wat te vinden, en dat hij alle kosten zou dekken. Dan detailleerde hij zijn plan om twee weken samenkomsten te houden, en dat hij daarna, terwijl de tent werd verhuisd, met enkele andere broeders in de wildernis zou zijn om te vissen en te jagen. We zouden over de ganse wereld gaan. Broeder Branham zei niet dat de Heer hem iets getoond had, maar ik weet dat hij een belofte gedaan had niet te vliegen of iets met een vliegtuig wilde te maken hebben tenzij het Zo Spreekt de Here was. Profeten houden hun beloften.

Toen Broeder Branham van het toneel verdween, kon ik niet begrijpen waarom hij ons zou gevraagd hebben om te zorgen voor een vliegtuig, en ons gezegd had wat we zouden doen, en dan ineens was hij er niet meer. Ik was van streek en ik begon te bidden en de Heer te zoeken.

Ik geloof dat Broeder Branham de tent zal hebben; hij zal de derde trek hebben, en het zal allemaal zijn zoals hij gezegd heeft. Mijn hele leven nu draait daarrond, en ik word sterker naarmate de dagen voorbij gaan.

Voor mij is, buiten Jezus Christus gerekend, William Branham de grootste man, die ooit op aarde rondgewandeld heeft. Hij betaalde een grote prijs om ons die Boodschap te brengen, en ik geloof dat God zeer trots was op Zijn dienstknecht.