De Samenkomst Boodschapsgemeente


Alex & Hazel Shepherd

Geboren: 19 mei 1917, 12 december 1925
Heengegaan: 17 april 2008 en 29 mei 2006
Zij zagen het wonderbaarlijke gebeuren, en wanneer ze gekozen hadden om bij de man te blijven waarvan ze geloofden dat hij Gods dienstknecht was, begonnen ze wonderen te ervaren in hun eigen leven.

Alex & Hazel Shepherd

Alex & Hazel Shepherd

Hazel – Ware het niet van Broeder Branham geweest, wat zouden we gedaan hebben? We zouden niets anders gekend hebben dan denominaties. Ik behoorde tot de Kerk van Christus, en dat waren de grootste heethoofden in de wereld. Ik groeide erin op. Ik hoorde een hele tijd over hem, voor ik hem zag. Ik groeide op in Hazard Kentucky. Toen ik 17 of 18 jaar oud was, stuurden de grote firma’s afgevaardigden uit om op zoek te gaan naar mensen die werk zochten en gewillig waren om te verhuizen. Zo kwam ik hier naar Charlestown, Indiana, om te werken in de Dupont afdeling. Dit was tijdens de oorlog, er was een bus die ons ophaalde en ons hierheen bracht, en ze vonden zelfs een kamer om in te wonen. Het was zo, dat de kamer die ze voor mij gevonden hadden, twee deuren verwijderd was van het huis van Broeder Branham’s moeder, daar op Maple Street. Natuurlijk wist ik in die tijd niets over Broeder Branham, maar ik herinner me die avond, dat een groepje van ons jonge mensen, teenagers, buiten op de stoep stonden te praten en onze huisvrouw haar hoofd naar buiten stak, haar stem verhief en zei: “Wees nu allen stil. Mevrouw Branham’s zoon is een prediker, en hij is daar met de mensen aan het spreken.” Maar het was slechts nadat ik gehuwd was, en we in 1953 opnieuw verhuisden van Fairview, Kentucky, naar Jeffersonville dat ik naar de tabernakel kwam en dat Broeder Branham me doopte. Broeder en Zuster Slaughter brachten me, en ik werd gedoopt in een van Zuster Slaughters oude chenille badjassen. Ik zou niets in de wereld willen ruilen voor die ervaring.

Alex – Ik kwam uit Pinksteren. Mijn vader was een berg Pinkster prediker. Mijn zuster was diegene die me over Broeder Branham vertelde. Toen we hem gehoord hadden, keken we er alleen maar naar uit om dicht bij hem te zijn. Ik wou zijn waar hij zich kon uitstrekken en mijn kon aanraken als er iets zou gebeuren. Zo verhuisden we naar Jeffersonville. Ik zat eens in de gemeente, en ik was echt ziek. Billy Paul kwam langs en zei: “Ben je ziek?” Ik zei: “Ja, ik ben nog nooit in mijn hele leven zo ziek geweest.” Hij zei: “Kom met mij mee.” Hij bracht me bij Broeder Branham. Hij zat daar in de kamer naast het podium, hij nam me bij de hand en bekeek me van kop tot teen. Ik bedoel, het was alsof hij dwars door je heen kon kijken, enkele seconden lang zei hij niets. Dan zei hij: “Ik zie niets slechts in uw leven.” Dat was mij alles waard.

Hazel – We woonden ongeveer 10 jaar in 218 Park Place; het is net beneden de straat een eindje van Broeder Branhams huis in Ewing Lane. Hij zou in zijn auto voorbij rijden, en soms zaten we buiten op de stoep met enkele bezoekers die kwamen om te proberen een glimp van hem op te vangen als hij voorbij kwam. Hij kwam ons eens bezoeken, ik had net iets gedroomd. Ik had de ganse dag genaaid, en mijn haar was een knoeiboel; ik zag eruit als een zwerver. Iemand klopte aan, Dora ging naar de deur en zei: “Mama, Broeder Branham is hier.” Het was ongeveer zeven uur ’s avonds, hij had de brief bij die ik geschreven had in verband met mijn droom. Hij zei dat hij het aan mij wilde uitleggen. Broeder Branham sprak over mijn droom tijdens de prediking ‘Godslasterlijke Namen’. Maar het was slechts nadat ik geluisterd had naar de band, dat ik me realiseerde wat hij me wou laten begrijpen in verband met die droom. Ik ging eens in de gebedsrij met een verzakte blaas. De dokters zeiden dat er niets was om aan vast te maken. Ik ging door de gebedsrij en toen voelde ik de tegenwoordigheid van de Heer zo sterk, dat het precies was alsof ik zou smelten. Drie dagen later, was ik de vaat aan het doen en ik voelde dat er iets in mijn buik omhoog ging. Mijn blaas werd compleet teruggeplaatst.

Alex – Iedereen wil horen hoe ik uitgeroepen werd tijdens de gebedsrij, toen ik achter Broeder Branham stond in de doopcel op 18 juli 1965. Ik voelde dat ik best de anderen, die ver reisden om naar de dienst te komen, een zitplaats zou geven in de samenkomst, zelf had ik een plaatsje gevonden achter de gordijnen van het podium. De enige andere persoon daarachter was Broeder Frank Nelson, en hij stond aan de ene kant van de doopcel, langs de gordijnen heen naar Broeder Branham te kijken. Ik stond tegen de achtermuur, met mijn hoofd gebogen. Toen zei Broeder Branham: “Jij daar achter in de doopcel, die daar staat met een maagprobleem, Jezus Christus geneest je”. Broeder Nelson draaide zich om en wees met zijn vinger naar mij, ik voelde alsof iets me sloeg, alsof een emmer koud water over me gegoten werd. Ik wist dat ik ogenblikkelijk genezen was. Na de samenkomst, ging ik een stapel ‘white castle’ hamburgers halen. Ik zei het meisje er veel ajuinen op te doen, omdat ik zopas genezen was!

Hazel – Onze middelste zoon, Junior, brak zijn rug op drie plaatsen. Ze maakten een speciaal korset voor hem en zonder kon hij niet lopen. Ik probeerde hem in de gebedsrij te krijgen, maar hij wilde het niet. Op een dag voor de dienst, stapte Broeder Branham door de samenkomst. Ik zat daar op de zijkant en trok aan zijn hemd. Ik vertelde hem over mijn zoon, en zei: “Hij zit daar” Hij vroeg: “Is hij een christen?” Ik zei: “Ja” Hij ging erheen en bad voor Junior. Ik zag Junior met zijn hoofd knikken, maar ik wist nooit wat Broeder Branham hem vertelde. De volgende dag, gooide ik dat korset in de vuilnisbak. Junior zei: “Moeder, ik kan zonder niet lopen.” Ik zei: “Je moet wel, omdat het weg is. Ik gooide het in de vuilnisbak. Je moet genoeg geloof hebben en vertrouwen, want er is voor je gebeden.” Om dat te doen moest ik geloven voor hem. De Heer genas zijn rug.

Alex – We waren afhankelijk van Broeder Branham. Zolang hij in de buurt was, en we waren ziek of door iets geplaagd, dan gingen we naar Broeder Branham en dat volstond. Hij deed het gewoon. Het gebeurde altijd zo.

Hazel – Toen onze zoon Johnny in het leger was, kreeg hij zijn brieven dat hij naar Vietnam moest. De omslag lag op de tafel, nog met het zegel erop, en hij stond op het punt om te vertrekken. Broeder Branham had ons gezegd: “Eis uw familie op, wanneer je bidt.” Zo bad ik: “God, U kunt genezen, en U kan die bevelen verbreken. In de Naam van Jezus, verbreek ze.” Hij verbrak ze, en Johnny kwam van dat vliegtuig weg. Ze stonden klaar om in te stappen, ze riepen hem uit de rij en ze zeiden dat zijn bevelen veranderd werden en hij naar Duitsland werd gestuurd. Had ik Broeder Branham niet gehoord, dan zou ik nooit geweten hebben dit te doen. U ziet, de Heer heeft wonderen in onze familie gedaan. We kunnen zelfs niet alles zien, wat hij gedaan heeft.

Alex – Hij was een wonderbare man. Hij was de enige man die ik ooit in mijn leven gezien heb waarin ik niets verkeerds kon vinden. Je kon gewoon niets verkeerds vinden. Zo veel mensen hebben niet het minste begrip van wat we hier gehad hebben. Hij was de meest nederige, getrouwe man die ik ooit gekend heb.

Alex & Hazel Shepherd op jongere leeftijd

Alex & Hazel Shepherd op jongere leeftijd