De Samenkomst Boodschapsgemeente


Al & Minnie Peterson

Geboren: 28 mei 1929, 04 februari 1930
Woonplaats: Tuscon, Arizona
Ze waren getuige van een gebeurtenis die ‘de politiek die een schaamtevol deel werd van de genezingsopwekking’ illustreerde

Al – Tijdens de ‘Oakland, Californië samenkomsten’ in maart 1957, was er een ontbijt dat gesponsord werd door de Vol Evangelie Zakenlieden waar Broeder Branham een hoofd prediker was. Mijn vrouw Minnie, en ik gingen erheen samen met 400 anderen. Na de diensten sprak ik met enkele broeders, aan de overkant van de straat van waar Broeder Branham iedereen gracieus de hand schudde. Toen hij ons zag, complete vreemdelingen, stak hij de straat over om ook ons de hand te schudden. Dit was de soort beleefdheid die we altijd in hem zagen. Hij nam nooit een air aan. Het bovennatuurlijke in zijn leven was onverstaanbaar, en als we hem hoorden of zagen, was het alsof de Bijbel voor ons uitgeleefd werd.

Minnie – Toen ik achterin zat in de auto van een Zuid Baptisten ouderling, hoorde ik hem zeggen: “In de laatste dagen zal Elia komen en er zal een grote opwekking zijn.” Ik was toen negen jaar oud en vergat die woorden nooit. Hoewel ik de rapporten over Broeder Branham gehoord had, die verspreidden zich heel vlug onder de Pinkstergemeenten, kwam mijn eerste ervaring pas in 1947, toen we een ‘Assemblies of God’ Bijbel college in Seattle bezochten, waar Broeder Henry Ness voorganger was. Het was mij onmogelijk om in een van Broeder Branhams samenkomsten te zijn in de Noordwest regio, maar ik wil verwijzen naar een gebeurtenis in de bijbelschool. Elke dag, voor we naar de klassen gingen, moesten alle studenten samenkomen in de kapel. Op een morgen waren we in aanbidding, en naast mij zat een rustig meisje uit de klas Engels, ze schreeuwde met een luide stem, en ze overstemde de andere aanbidders. Eerst dacht iedereen dat ze gezegend was door de Branham campagne waar ze naartoe was gegaan, maar als de dienst eindigde, ging ze nog steeds te keer. Een van de leraars vroeg me om met haar naar een andere kamer te gaan. Na een poosje in die kamer werd me gezegd: “Breng haar hier weg.” Zo bracht ik haar naar een verder afgelegen kamer waar twee Italiaanse meisjes logeerden. Na een tijdje, begonnen die twee meisjes Italiaans te spreken, waarop het ‘rustige meisje’ dat geen Italiaans kende, vloeiend Italiaans begon te spreken. Er was duidelijk ‘ een geest’ op haar. Studenten die de speciale samenkomsten hadden bijgewoond, vertelden me later de rest van het verhaal: Toen Broeder Branham aan iedereen zei hun ogen te sluiten, hield dit meisje haar ogen open en een slechte geest bezette haar. Toen dit meisje naar de samenkomsten werd teruggebracht bad Broeder Branham voor haar en ze was compleet hersteld.

Al – De eerste keer dat ik Broeder Branham hoorde spreken was op 20 juli 1952. Minnie en ik waren verhuisd naar Chicago, we woonden daar van 1952 tot 1957. Hij had samenkomsten in het nabijgelegen Hammond, Indiana, en ik was in de zondagnamiddag samenkomst waar Broeder Branham zijn levengeschiedenis vertelde, gevolgd door een gebedsrij en onderscheiding. Ik was nogal geraakt door zijn verhaal, en bemerkte dat er geen algemeenheden waren tijdens de gebedsrij. Hij zei bijvoorbeeld nooit: “Wel, iemand hier heeft ‘n maagprobleem” of “er is hier een vrouw met hoofdpijn.” De onderscheiding was zonder snoeverij en hij was precies, en in detail beschreef hij exact de toestand van de persoon tot wie hij zich richtte. Bijvoorbeeld: Minnie en ik waren getuige van wat er gebeurde tijdens de boodschap ‘Hoe de engel tot mij kwam’.  Hij sprak tot een man en zijn vrouw die enkele rijen voor ons zaten. Hij zei: “Dit Licht hangt hier boven de dame. De dame heeft een hartprobleem, en haar echtgenoot heeft een soort ziekte. Ik kan u van hieruit niet zien, en u weet dat, maar u hebt sigaren in uw voorzak.”

Het was een beetje oncomfortabel, hoe dan ook te beseffen dat niet iedereen die gave scheen te appreciëren op de wijze dat wij het deden.

Op 11 december 1953 gingen we naar een ‘Stem van genezing’ conferentie in Chicago, we zaten aan de rechterkant van het auditorium, halfweg voorin, en we konden een deur zien aan de rechterkant van het gebouw. Tijdens de stille tijd, keek ik naar rechts en ving een glimp op van Broeder Branham die door die zijdeur geleid werd. We wachtten, dan stond de zangleider op en zei: “Het spijt ons, maar Broeder Branham kan hier vanavond niet zijn.”

Minnie – Ja, hij zei iets over zijn broer die ziek was.

Al – Ik had hem pas gezien ! Ik dacht: “Jongen, niet iedereen hier op het podium vertelt hier de waarheid.” Dan stond er één van de predikers op en zei: “Wel Broeder Branham kan hier niet zijn, maar hoeveel zijn er blij dat Jezus Christus hier is?” Iedereen verwachtte die gave, maar dat was niet alles. Het leven en karakter van Broeder Branham betekende zoveel voor ons. Hij was iemand op wie we onze levens wilden richtten, zoals Paulus zei: “Volg mij zoals ik Christus volg.” We volgden de man niet, we volgden God in de man. Uiteindelijk heeft hij heel duidelijk Jezus Christus aan ons uitgebeeld.

Enkele avonden later, toen Broeder Branham predikte in de Philadelphia Kerk (Kerk van Broeder Boze), verklaarde hij wat er gebeurd was toen we zagen dat hij aan de kant werd gezet. Toen hij aan het auditorium kwam om te prediken, werd hem een ultimatum gegeven: Hij moest de daaropvolgende geplande tweedaagse samenkomst in de Philadelphia Kerk afzeggen of anders zou hij op deze conferentie niet mogen spreken. Hij verkoos om zijn belofte aan Broeder Boze te houden. Klaarblijkelijk was er een politieke prijs te betalen voor de onafhankelijkheid die Broeder Branham zocht, om Gods Boodschap te brengen.

Broeder Branham sprak meer dan 100 keer in Chicago en we waren gezegend om vele samenkomsten te kunnen bijwonen. Toen we meer samenkomsten bezochten, bemerkten we dat Broeder Branham niet geïnteresseerd was in geld of populariteit. De nederigheid die hij naar voorbracht en zijn wijze van leven gaf ons groot vertrouwen dat dit echt van God was.

Ons geloof groeide sterker naarmate we ons bewust werden dat God alles over ons wist. Zo was het ook op 14 januari 1955 in Chicago. Er werd aangekondigd dat Broeder Branham zou spreken in de Philadelphia Kerk. Het werd duidelijk, ‘we moesten daar werkelijk zijn’.  In die tijd, woonden Minnie en ik in een appartement ten Noorden van Chicago, samen met Minnies moeder, een halfzuster, een echte zuster, en twee halfbroers, en alsook onze twee jonge kinderen. We waren met zijn negenen. Minnie ging vroeg naar de gemeente die dag, ze liet de twee zieke kinderen bij haar moeder, en ze kreeg een gebedskaart van Billy Paul Branham.

Enkele dagen ervoor, kort nadat ik op het werk was aangekomen, kreeg ik een telefoontje met de informatie dat Joy, Minnies negen jaar oude halfzuster, ziek was en haar benen niet kon bewegen. Ik belde een vriend op die een afspraak maakte met een bekende dokter, en toen we binnenkwamen in zijn volgepakte wachtkamer, bracht de receptioniste ons voorbij alle wachtende patiënten direct naar de onderzoekskamer. Daar hoorde ik het ontnuchterende nieuws van de dokter zelf: Hij zei me dat Joy een temperatuur had van 104,9 en dat ze haar bloed getest hadden. Hij sprak nadrukkelijk. Zij had reumatische koorts. Zij brachten haar in allerijl met de ziekenwagen naar het Kinderziekenhuis in Berwyn, Illinois. Die avondsamenkomst predikte Broeder Branham ‘Dokter Mozes’  en riep dan op voor een gebedsrij. Minnie was de derde in de rij, en toen ze voor hem stond sprak hij volgende woorden: “Mevrouw, ik ben een vreemde voor u . U kent me niet en ik ken u niet, maar Jezus Christus kent ons beiden. Is dat juist? Gelooft U? U staat hier voor iemand. Het is een zuster, of een halfzuster. Zij is geen volle zuster. Het is een halfzuster. Ze is pas ziek geworden. Het is … ik geloof dat hij (de dokter) zei … ik begreep het niet. Ik geloof dat hij zei reumatische koorts. Is dat juist? Dokter … Je hebt een dochter die ziek is. Ze heeft ook koorts. Je hebt een zieke zoon. Je wilt dat ik bid voor je tanden, is het niet? Kom hier. Lieflijke God die hemelen en aarde gemaakt heeft, zendt Uw zegeningen op die vrouw, die ik zegen in Jezus Christus Naam. Amen. Geloof je met je gehele hart?” Er werden negen dingen bovennatuurlijk geopenbaard. In het ziekenhuis, voelde Joy iets kouds over haar komen en ze was volkomen genezen.

Minnie – Terwijl ik thuis was, twee of drie dagen voor de samenkomsten, had ik een korte gedachte dat ik wou dat Broeder Branham voor mijn tanden zou bidden. Ik dacht er zelfs niet meer aan, zelfs niet in de samenkomst. Ik realiseerde me dat God meer bezorgd was over mijn gedachten dan ikzelf.

Al – Als hij Minnie zei dat Joy haar halfzuster was, en niet haar volle zus, dan realiseerde ik me hoe perfect die gave werkelijk was. Dat klein stukje informatie ontsnapte hem niet, of liever, het ontsnapte aan God niet. Als we overdachten welke de volle draagkracht was van een dergelijke precieze gave, kon je niet begrijpen welke geruststelling dit met zich meebracht voor de komende jaren.

In het begin van zijn bediening, wisten we niet dat Broeder Branham de boodschapper voor dit tijdperk was, maar we wisten dat hij een profeet was. De Schrift werd voor onze ogen vervuld. Vandaag zijn we God zeer dankbaar dat er een Boodschap is, en ons gehele leven is er omheen gewikkeld. Ik vraag me af waar we zouden zijn moest God hem niet gestuurd hebben.

We kennen Jezus Christus beter omwille van Broeder Branham.